geen sikkepit


geen sikkepit 1.0

helemaal niets; totaal niet

Algemene voorbeelden


Naarmate je meer vertrouwd raakt met het angstaanjagende dat je boven het hoofd hangt en dat je als een bliksemslag zal treffen, kunnen zelfs de meest hoogstaande, felbegeerde, voortreffelijke bezittingen je geen sikkepit meer schelen, en dat is ook wat waard.

Het nietigste, Marie Kessels,

Hij onderzocht me. 'Je zit in de pre-menopauze. Ik zal je een medicijn voorschrijven die het allemaal gemakkelijker voor je zal maken.' 'Dank je, dokter. Maar ik ben zo moe!' [...] 'Als je menopauzeklachten hebt, ben je altijd vlug vermoeid.' Toch keerde ik dankbaar huiswaarts: alleen pre-menopauze. Dat had ik weer. Mijn moeder en grootmoeders hadden er geen sikkepit last van gehad.

De bondgenoot, Marcella Baete,

Full-time wethouders, een gevolg van grotere gemeenten, zijn volgens GS een uitstekende zaak. In de ogen van het provinciebestuur zullen full-time wethouders beter functioneren. Jonker, De Beij, Meijer en Kremer geloven daar geen sikkepit van. 'Dat zou betekenen dat part-time wethouders hun werk niet goed doen.'

Meppeler Courant,

Oom Frans had geen kinderen en hij was al zolang getrouwd. Jan dacht: "Als hij er geen kan kopen, waarom maakt hij er dan geen?" Hij vond dat heel grappig. Hij stelde zich zijn oom voor, terwijl hij zand in een grote blikken kindervorm zou gieten en die dan omkappen, zoals men op de zandweg taartjes maakt als de meisjes winkel spelen. Hij vroeg het hem: "Oom Frans, waarom maakt gij eens geen kind?" Prompt kreeg hij een felle hand op zijn wang. Hij snapte er geen sikkepit van.

Kermis, Gaston Durnez,